Vlinders spelen een grote rol in de symboliek vanwege hun metamorfose. De overgang van een kruipend, wormachtig dier naar een grootvleugelig gekleurd insect is enorm, niet alleen wat betreft het uiterlijk, maar ook qua levenswijze. Vlinders staan daarom symbool voor een nieuw begin, de wedergeboorte of de wederopstanding. Vlinders zijn daarnaast in veel beschavingen een belangrijk symbool van geluk, vrijheid en de liefde. In veel culturen worden vlinders geassocieerd met de dood of met dromen. Het Griekse woord psyche  betekent niet alleen vlinder, maar staat daarnaast ook voor ziel.  

De catocala zijn meer specifiek nachtvlinders. Ze worden aangetrokken door het licht omdat hen dit helpt in het vinden van de weg. Net zoals een dagvlinder transformeert de nachtvlinder van rups tot een gevleugeld insect. Weliswaar wat grauwer en doffer van kleur, maar niet minder mooi. Toch staat de nachtvlinder, of mot, bij ons eerder gekend als ongedierte: we zien ze liever niet in de kleerkast. In sommige culturen is dat wel anders: daar staat de mot voor een boodschap of bezoek van een overleden voorouder.   

In de spirituele wereld reflecteert de nachtvlinder de schaduwzijde in jezelf, omdat hij ‘s nachts actief is. Schaduw staat daarbij niet in verband met slecht of duister – het gaat om de kanten van jezelf die je liever verbergt, ontkent of onderdrukt. Het dier vraagt je naar binnen te keren en je angsten onder ogen te zien, te leren kennen en te omarmen.  De mot laat zien dat er licht is in de duisternis, dat we eerbied mogen hebben voor de kwetsbare en donkere kanten van ons zijn. Dat de dood een onderdeel is van het leven, en dat het loont daar in plaats van met angst, met respect naar te kijken – er misschien zelfs de schoonheid van in te zien.